Hoger onderwijs
Wie een diploma van het secundair onderwijs op zak heeft (in het ASO, TSO, KSO is dat na het zesde, in het BSO is dat na het zevende jaar) kan voortstuderen aan een hogeschool of een universiteit. Ook hier kan je kiezen tussen een pak studierichtingen: secretariaat talen, verpleging, maatschappelijk werker, vertaler/tolk, industrieel ingenieur, dokter, handelsingenieur, licentiaat talen... Op http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs vind je de verschillende richtingen en scholen.
De toegang tot het hoger onderwijs is vrij, behalve voor de studies arts, tandarts en bepaalde artistieke opleidingen (ballet, zang..), waarvoor een toelatingsexamen georganiseerd wordt.
Bolognaproces
Sinds academiejaar 2004-2005 hebben de landen van de Europese Unie een nieuwe structuur voor het hoger onderwijs ingevoerd met de bedoeling om in 2010 een Europese onderwijsruimte voor het hoger onderwijs te creëren. Daardoor kunnen studenten makkelijker een opleiding in het buitenland volgen en als je later in een ander Europees land wil werken, wordt je diploma ook makkelijker aanvaard.
In deze structuur heb je twee diploma’s: de bachelor, meestal gevolgd door de master. Als je je diploma van het secundair op zak hebt, kan je beginnen aan je bacheloropleiding. Je kan opteren voor een modeltrajact van ongeveer 60 studiepunten per academiejaar of voor een individuele combinatie van opleidingsonderdelen. Je keuze wordt vastgelegd in een studiecontract (een creditcontract, een diplomacontract en/of een examencontract) met de instelling voor hoger onderwijs. Je ontvangt een diploma na het behalen van creditbewijzen voor alle opleidingsonderdelen die erin vervat zijn of wanneer de examencommissie van oordeel is dat de globale doelstellingen van het opleidingsprogramma voldoende verwezenlijkt zijn. Meer informatie lees je op www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/beleidsinfo/BAMA/bamaflex/BAMAFLEX-vragen-student.htm.
Een master is een gevorderde opleiding na een bachelor, die wordt afgesloten met een masterproef. Meer informatie lees je op www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/beleidsinfo/BAMA/bamaflex/BAMAFLEX-vragen-student.htm.
Leerkrediet
Vanaf het academiejaar 2008-2009 treedt het leerkrediet in werking in het Vlaamse hoger onderwijs. Dit past binnen de nieuwe financieringsmethode waarbij de student medeverantwoordelijk gesteld wordt voor zijn/haar studieloopbaan. Het model is gebaseerd op aanmoedigen en belonen van goede studieresultaten.
Studiesucces wordt vanaf nu gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van de instelling (school of universiteit) en de student. Bij de start in het hoger onderwijs ontvangt elke student een leerkrediet van 140 studiepunten. Elk vak dat je als student volgt kost studiepunten. Opgenomen studiepunten worden afgetrokken van het leerkrediet. Aan het einde van het academiejaar worden de studiepunten van de vakken waarvoor je geslaagd bent terug toegevoegd aan het leerkrediet. De studiepunten van de vakken waarvoor je buisde zijn definitief verloren en zorgen voor een daling van het leerkrediet. Een succesvolle start wordt beloond: de eerste 60 studiepunten die je verwerft, krijg je dubbel terug.
Meer info over het leerkrediet vind je op http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/studentenportaal/ en http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/studentenportaal/
Zelfstudie
Examencontract
Als je je niet kan vrijmaken – bijvoorbeeld omdat je werkt - om voltijds hoger onderwijs te volgen, dan kan je met je school of universiteit een examencontract afsluiten. Je studeert thuis en schrijft je enkel in voor de examens.
Open Universiteit
De Open Universiteit is een vorm van afstandsonderwijs. Je krijgt zelfstudiepakketten en bepaalt zelf je studietempo. Vanuit het studiecentrum kan je wel rekenen op begeleiding. Meer informatie op de site van het departement onderwijs.
Stage
In het hoger onderwijs moet je meestal een stage doen. Zo leer je om de verworven theoretische kennis om te zetten naar de praktijk. Om een geschikte stageplaats te vinden, kan je terecht op stageforum: een website waar kandidaat-stagiairs en organisaties/bedrijven mekaar kunnen vinden.